Categories

Archive

Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

Posted in December 2010

Pas op voor ongewenste effecten langstudeerdersregeling

Dit opiniestuk is geschreven door Paul Rullmann, Collegelid van de TU Delft, en Anka Mulder, directeur onderwijs & studentenzaken.  

De regering gaat met financiële middelen paal en perk stellen aan de studieduur. Het is de vraag of langstudeerders nu echt zo duur zijn. Maar als deze regering dit beleid doorvoert –en daar ziet het naar uit – dan is het belangrijk om dat zo te organiseren dat er geen ongewenste bijeffecten ontstaan. Hieronder drie van die mogelijke bijeffecten op een rijtje. 

1. Hoge drempel voor bèta’s.
De regeling dat een student na 1 jaar studievertraging 4800 euro collegegeld gaat betalen (regulier 1800) zal een drempel opwerpen voor vooral technische studies. Die worden door scholieren vaak als moeilijk gezien, en dat is ook terecht: de gemiddelde studieduur in Delft is de op een na hoogste van Nederland en dat komt voor een belangrijk deel door de zwaarte van de studie.

Daarbij: alle studies in Delft duren vijf jaar – drie jaar BSC en twee jaar MSc – in tegenstelling tot vier bij reguliere studies. Een jaar vertraging is dan sneller opgelopen.
De aankomende student heeft de keus tussen een moeilijkere, langere studie in Delft of een kortere, eenvoudigere bij een reguliere universiteit. Dat vraagt wel erg veel motivatie, zeker als je weet dat switchen eigenlijk niet meer kan in dit nieuwe systeem.
Nederland heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in het enthousiasmeren van studenten voor technische studies (platform bètatechniek, Jetnet, Stichting Techniek Promotie e.d.). Door deze hoge boetekans wordt dat werk weer teniet gedaan.
 

2. De kwaliteit onder druk
De kwaliteit van studies in Delft is goed, en het niveau hoog. We durven veel van onze studenten te vragen. Maar kan dat nog in de toekomst? De top 20% zal geen problemen ondervinden, maar je wilt als universiteit dat ook de groep eronder het diploma haalt. Het hele curriculum doorlopen met minder dan een jaar vertraging lukt deze groep niet. Let wel: het gaat om 80% van onze studenten. Daarvoor is vooral meer begeleiding nodig, en dus meer personeel. Het is duidelijk dat dat bij deze bezuinigingen niet kan. Dat zet druk op de hoge kwaliteit die we nastreven. 

3. Ruimte voor ontplooiing
Delftse studenten blijken goed in het ontwikkelen van activiteiten naast de studie. Talrijke studenten zijn betrokken bij projecten zoals de zonneauto Nuna, of zetten succesvol bedrijven op. Het slipperproject Plakkies is een prachtvoorbeeld. Zulke bijzaken zijn voor een ingenieur-in-opleiding heel belangrijk. De natuurwetten kun je in een collegezaal leren, maar dat toepassen in de weerbarstige praktijk met andere mensen is voor velen het moment dat technologie pas echt gaat leven. Ingenieurs die slimme oplossingen verzinnen zijn belangrijk, maar we hebben ook ingenieurs nodig die met die slimme oplossingen anderen kunnen inspireren, die collega’s en andere disciplines enthousiast kunnen krijgen en meeslepen. De arbeidsmarkt is duidelijk: studenten die naast hun studie andere initiatieven hebben ontplooid hebben een stevig streepje voor. Dergelijke initiatieven moeten ook in het nieuwe systeem ruimte blijven krijgen. 

Overigens: omdat ook de universiteit een ‘boete’ krijgt voor langstudeerders, moet de universiteit bij ongewijzigd beleid rekening houden met een korting van 10 miljoen euro. Doordat de TU een groot percentage langstudeerders heeft, zou de regeling de TU Delft naar verhouding hard raken. Dat is zorgelijk, omdat ook de invoering van het Bachelor-Master systeem al onevenredige negatieve consequenties voor de TU had, net als de afschaffing van de financiering van non-EU studenten en de overheveling van 100 miljoen van de vaste rijksbijdrage naar NWO. Daar komt bij dat de Technische Universiteiten veel onderzoek financieren uit de ‘aardgasbaten’ en innovatiesubsidies. Ook die bronnen zullen grotendeels verdwijnen, heeft de regering aangekondigd. Deze opeenstapeling van negatieve financiële gevolgen die vooral de technische universiteiten treft, zet onze universiteit onder financiële druk.  

De komende tijd heeft iedereen een opdracht: studenten, docenten, decanen, college van bestuur. De universiteit moet nog meer werk maken van de ‘studeerbaarheid’ van opleidingen. Daar is al veel gebeurd de afgelopen jaren maar het kan beter. Zeker in de eerste studiejaren moet er meer structuur worden geboden. Studenten moeten zich inzetten vanaf dag 1. Opleidingen moeten zo zijn opgezet, dat studenten in staat zijn om een achterstand tijdig in te halen. De universiteit moet kijken of sommige ontplooiingsactiviteiten in het curriculum gehaald kunnen worden.  

Wij denken dat ook de regering een opdracht heeft, namelijk om een invulling te vinden die studeren haalbaar houdt en die moeilijke bètastudies juist aantrekkelijker maakt. Niet onaantrekkelijker. Daarnaast moet de regering de universiteit de middelen geven om bepaalde ontplooiingsactiviteiten te stimuleren, bijvoorbeeld een project zoals Plakkies, zonder dat de student daar aan het eind een gepeperde rekening voor betaald. 

En de student, die kan nog best een beetje harder studeren. Maar het zou onrechtvaardig en onverantwoord zijn om de rekening van deze bezuiniging EN de verantwoordelijkheid voor de Nederlandse kenniseconomie op zijn of haar schouders te laden.  

Paul Rullmann en Anka Mulder

Over dit onderwerp verscheen in NRC eerder al een opiniestuk van Rob Mudde, onderwijsdirecteur van de faculteit Technische Natuurwetenschappen. Deze is hier terug te lezen.

Jacco Hoekstra, decaan van de faculteit Luchtvaart- en ruimtevaarttechniek schreef een opiniestuk over de kosten van langstudeerders op de website van de faculteit. Dit stuk is hier te lezen.

 

Laat het probleem van langstudeerders aan de universiteiten

Dit opiniestuk verscheen op 1 december in NRC Handelsblad. De auteur,  Prof.dr. Rob Mudde is directeur onderwijs op de faculteit technische natuurwetenschappen aan de TU Delft.   

Het onderwijs verkeert in zwaar weer. Enerzijds zijn er de niet aflatende financiële druk en de vloed aan veranderingen die vanuit Den Haag over het onderwijs worden uitgestort. Anderzijds is er een aanhoudende stroom van malversaties en onderpresteren die, vaak terecht, de landelijke pers haalt. De kritiek richt zich op InHolland. Leo Prick constateert dat sjoemelen en frauderen inmiddels is doorgesijpeld naar de werkvloer en geeft daar een serie voorbeelden van (NRC Opinie & Debat, 27 november).
Hij beweert dat docenten het moeilijk hebben om hoge eisen te stellen aan studenten, omdat dat leidt tot studievertraging, met nare, financiële gevolgen. Bovendien, stelt hij, ,,een tentamen over laten doen, bezorgt je ook nog eens extra werk". Docenten nemen uit moedeloosheid of gemakzucht genoegen met werkstukken onder de maat.
Deze aantijgingen herken ik in het geheel niet. Integendeel, veel van mijn collega’s zijn juist zeer betrokken bij onze studenten.  

Gisteren brak Karl Dittrich een lans voor langstudeerders, die te hard zouden worden aangepakt als de kabinetsplannen doorgaan (opiniepagina, 29 november). Ook dat herken ik nauwelijks. Dittrich heeft een punt als hij wijst op het nut van brede ontplooiing. Bestuurswerk van de grote studenten- en studieverenigingen neemt een jaar in beslag, een nuttig besteed jaar.
Maar het percentage studenten dat dit doet is klein.
 Het grootste deel van de studenten kan best een tandje sneller studeren.

Dat ligt voor een groot deel aan de vrijblijvendheid die in ons stelsel gebakken zit. Als een student het vereiste aantal studiepunten in het eerste jaar heeft gehaald, is er geen barrière meer: elke student kan dan zo lang blijven als hij wil.  Dat is geen goede zaak. Het zou veel beter zijn als de opleidingen elk jaar voortgang mogen eisen. Of, beter nog: dat ze aansluiting op de masterfase mogen weigeren bij onvoldoende prestaties. Alleen al zo’n dreigement zal wonderen doen.

Dat is veel beter dan boetes voor universiteiten of het laten betalen van de eigen masteropleiding door studenten.  Het is mij een raadsel waarom we accepteren dat mensen in de hele maatschappij prestaties moeten leveren in een vastgesteld tijdvak, behalve onze studerende elite. Natuurlijk horen grote projecten als deelname aan de zonneautorace in Australië bij een brede ontplooiing, maar wat mij betreft stuwen we het niveau van ons onderwijs pas op door echte eisen te stellen. Dat motiveert zowel student als docent. Ik ken geen collega’s die geen tijd vrijmaken voor gemotiveerde studenten. Ik ken geen gemotiveerde studenten die een slap tentamen of een halve opdracht appreciëren.  

Ik stel voor dat het kabinet de boete op lang studeren schrapt, maar dat voortaan elke student elk jaar ten minste driekwart van het aantal studiepunten moet halen. Zo niet, dan is het einde oefening. Dan is elke universitaire bachelorstudent binnen vier jaar klaar. Verder stel ik voor dat de automatische doorstroom naar de masterfase verleden tijd is. Daar komen minimumeisen op te staan. Voor serieuze nevenactiviteiten kan elke universiteit een regeling maken. Bestuursleden van grote studenten- en studieverenigingen kunnen bijvoorbeeld voor een jaar worden vrijgesteld van de onderwijsverplichtingen.  

Ten slotte stel ik een aanwezigheidsplicht voor in het eerste jaar van de bacheloropleidingen. Te vaak zie ik studenten met een onrealistisch beeld van hun eigen doen en laten. Met een aanwezigheidsplicht kunnen we de geschiktheid van een student voor een studie beter beoordelen en voorkomen we ongelukken.  Bovenstaande maatregelen zullen leiden tot versnelling van de studie en verhoging van het niveau.  

De problemen van de schatkist oplossen door langstudeerders te laten betalen, is een oneigenlijke maatregel. Wel dienen we het principe van wederkerigheid toe te passen: studenten krijgen een beurs en hoeven niet veel collegegeld te betalen, en als tegenprestatie studeren ze serieus en op tempo. Ze hebben dan recht op goed, nee, uitstekend onderwijs. Als dat rammelt, hebben we de Inspectie van het Onderwijs om te dreigen met maatregelen. En dan zijn er altijd nog de Leo Pricks om dit aan de orde te stellen.  

Rob Mudde

© 2011 TU Delft